grauwte, een blues grimmiger dan de koude zijn de grauwe dagen: kleverige draden van nevel spinnen de bomen in geen uitzicht, een oude vitrage, stof op de ramen verduistert de kamer – in jou is het moede moedeloze, blues in het bloed een morgen die geen morgen is en evenmin een avond alleen een dag van grauwte die het leven grimmig maakt je schaaft wat kaas voor merels die al jaren wonen in je haag, vandaag nog stille buren en voorzeker, als de seizoenen op elkander volgen, weldra zangers na de regen geloof het maar, ooit wentelen de tijden, dit gordijn van nevel lost zich nog eens op en klaarte veegt de waas van de ramen ook de blues zal het leven beamen, je bloed stroomt sneller dan je vermoedt, machtiger dan het moede van een morgen die geen morgen is en ook geen avond: een haven voor wie trager vaart, zwaar geladen en gehavend |