20-07-08

van serendipiteit naar sereniteit?

over serendipiteit en synchroniciteit

 

Twee geleerde woorden in één titel dat moet el een moeilijke en vervelende tekst worden.

Het eerste betekent vinden wat je niet hebt gezocht en achteraf kom je tot de bedenking dat het gevondene beter is dan  wat je in feite had willen vinden.

Synchroniciteit is een term van de sublieme Carl Gustav Jung die hij  onder meer heeft toegelicht in de inleiding van de ‘I Tsing’. Wie interesse heeft voor dit Chinese orakelboek zal de uitleg van Jung wel gelezen hebben. Het gaat erom dat een willekeurige handeling (het gooien van munten of stokjes) een boodschap kan onthullen, over jouw momentele psychologische toestand of over jouw toekomst.

In het laatste geloof ik niet: als je geconfronteerd wordt met een toekomstvoorspelling, ga je daar altijd rekening mee houden en op die manier die voorspelling helpen realiseren of omgekeerd uit de weg gaan. Dit noemt men dan ‘a self fulfilling prophecy’.

Wat de psychologische analyse betreft, heb ik zelf ondervonden dat dit kan kloppen.

Dit gebeurde rond 1972. Mijn beste vriend  in die tijd was assistent psychologie in Gent en daarna werd hij professor aan de universiteit van Groningen; vandaag is hij een internationale autoriteit in de ontwikkelingspsychologie voortdurend onderweg van congres naar congres.

Hij was mij altijd een stap voor. Van hem heb ik Leonard Cohen leren kennen, Kierkegaard en Marc Chagall: hij schilderde op zijn 16de reeds in de fantasierijke stijl van deze Russische of Oekraïense meester. Op een gegeven moment wou hij me dus helpen om mijn problemen te doorgronden en ik werd zijn proefkonijn. Muntjes werden opgegooid en daaruit kwamen dan twee beelden van 3 doorlopende en onderbroken streepjes, waaraan een formule gekoppeld is: een orakel te vergelijken met wat je in elke krant of in elk magazine kan vinden inzake astrologie. Deze orakels zijn zo veralgemenend opgesteld dat ze op vele gevallen van toepassing kunnen zijn. Om die reden zijn ze niet erg wetenschappelijk: als een analyse zo vaag blijft dan is ze nu eenmaal niet exact genoeg. Vergelijk het met een huisarts die zegt: ‘u hebt het aan de lever, maar of u een abces of een tumor hebt, dat kan ik niet zeggen.’

In elk geval, mijn orakel sprak van ‘aanvangsmoeilijkheden’ en dat was een schot in de roos: ik kan maar niet beginnen aan mijn licentiaatverhandeling; ik bleef maar twijfelen tussen LP Boon en de toen furore makende Spaanse auteur Fernando Arrabal (onder meer de schrijver en regisseur van ‘Viva la Muerte’, een fascinerende film). Uiteindelijk heb ik onder meer dankzij de invloed van mijn vriend gekozen voor Boon, ik volgde zijn tips en liet mijn hoofdstukken eerst door hem lezen alvorens ze aan te bieden aan mijn mentor, Anne Marie Musschoot, toen assistente en later professor in de Nederlandse literatuur.

 

De basisgedachte van de synchroniciteit is dat allerlei zaken tegelijkertijd gebeuren, ogenschijnlijk zonder enig verband, maar als je er dieper over nadenkt, dan blijken ze op een of andere manier wél met elkaar te maken te hebben. De serendipiteit is daarmee te vergelijken: het is geen toeval dat je iets anders en beters vindt dan wat je aanvankelijk had gezocht.

Dit is me in de afgelopen week enkele keren overkomen, het is een van de gelukkigste weken uit de voorbije jaren geworden: gelukkig in de betekenis dat ik ‘sjans’ heb gehad, en in de zin dat ik me er bijzonder goed bij gevoeld heb – in die mate zelfs dat ik er wantrouwig van werd, dat is mijn fatalisme: ik verwacht altijd een terugslag. En die kwam er ook bijna: twee keren heb ik ‘het kot’ hier bijna in brand gestoken door al rokende in slaap te vallen. Gelukkig is de zetelstof niet erg ontvlambaar en zat mijn partner erbij om toezicht te houden. Op mijn 60ste ben ik niet altijd  zeer betrouwbaar en toerekeningsvatbaar: daarom kan ik mijn partner niet missen, om andere meer intieme redenen evenmin. Maar het meer intieme staat in mijn gedichten, daarover kan ik enkel schrijven onder de sluier van de poëzie: de verhulde onthulling dus, net als bij mijn voorbeeld Karel van de Woestijne.

 

Om ter zake te komen: deze week heb ik twee ‘cadeautjes’  gekregen van een georganiseerd toeval: het verzamelde proza van mijn dorpsgenoot Filip de Pillecijn, en de eerste 7 delen van het verzameld werk van mijn allergrootste mentor, Multatuli.

Volgende donderdag of vrijdag kan ik in Gent de overige 18 delen gaan afhalen: ze zijn in bezit van een Nederlander die ze via een tussenpersoon daar laat bezorgen, want de post vraagt stukken van mensen en ik kom graag nog eens in mijn geliefde Gent.

Het verwerven van het 25 delen omvattende oeuvre van Eduard Douwes Dekker is een droom die in vervulling gaat. Vrijdagavond heb ik aan mijn partner een bladzijde voorgelezen uit ‘Minnebrieven’ en we stonden er allebei versteld van hoe actueel en vertrouwd deze teksten van 1860 ons in de oren klinken, en hoe subtiel en geestig geformuleerd: zonder enige twijfel is Multatuli de grootste Nederlandstalige schrijver die er ooit is geweest. zowel qua taal als inhoudelijk: Mulisch denkt van zichzelf dat hij geniaal is, Dekker is geniaal.

 

Gisteren regende het, onze geplande tocht naar Watou werd uitgesteld, en toen zat ik me af te vragen: wat nu, thuis blijven of elders heen trekken? Mijn partner ging ermee akkoord om naar Damme te rijden omdat ik daar een bevriende boekenantiquair al meer dan een jaar had verwaarloosd: hij heeft meegewerkt aan mijn recentste publicatie en medewerkers hebben nu eenmaal recht op hun exemplaar. zijn winkel was nog niet open en daarom slenterden we een paar straatjes verder en liepen een ander antiquariaat binnen. Het eerste was gespecialiseerd in strips, maar het smallere, enigszins achter  reclameborden verborgene ernaast bleek de grot van Ali Baba. Ik overliep de genres, kwam bij het kartonnetje ‘Nederlandse literatuur’ en daar zag ik helemaal beneden de 2 bekende blauwe banden. Bekend van 1967 toen ik voor het  eerst alles van FdeP heb gelezen. Het jaar 1967 was in mijn leven een mijlpaal zou je kunnen zeggen: ik ben toen afgestudeerd als onderwijzer aan de BNS in Sint-Niklaas (een klein wonder want sommige leraren hadden mij willen buiten gooien); in de maand mei waren het zoontje en de eerste vrouw van mijn oudste broer in het kraambed overleden. De werken van FdeP heb ik dan ook in het rijhuisje van mijn broer gelezen, een na een, ongeveer 1500 of 1600 bladzijden bij elkaar. Het waren de weken dat ik bij mijn broer bleef slapen, in het zelfde bed, jawel, omdat vader oordeelde dat hij niet alleen mocht worden gelaten en gelijk had  onze voor een keer wijze vader zonder twijfel.

Ik kan deze twee donkerblauwe banden dus niet vast nemen, zonder aan Marita en haar baby en aan haar ‘verstervingskes’ tijdens haar zwangerschap te denken. Zoals de meeste zwangere vrouwen snoepte zij graag, maar tijdens de vasten wou ze zichzelf een strengregime opleggen in de hoop dat de goede en rechtvaardige god haar kindje zou zegenen. En inderdaad, heel die 40 dagen vastentijd heeft zij niet gesnoept. Het gebaar vanwege god de vader is de lezer intussen bekend: albumine in het bloed, niet tijdig opgespoord omdat mijn broer vertrouwde op een uitstekende en toegewijde huisarts. Ik zie nog steeds de vertwijfeling in deze lieve man zijn aangezicht toen hij Marita in extremis nog een spuitje rechtstreeks in het hart gaf. Het moest een soort shocktherapie zijn om haar hart weer aan de slag te brengen. Mijn broer en ikzelf stonden  naast elkaar aan het voeteneinde van het bed, de dokter rechts ernaast: ik zie hem over zijn schouder kijken met ogen vol schuldigheid alsof het zijn fout was. Terwijl de ‘fout’ alweer bij het stompzinnige toeval lag: als werkman kende mijn broer geen gynaecoloog en in heel ons dorp bestond toen  nog de opvatting dat ‘specialisten’ iets voor de rijkere mensen was. Bovendien is het helemaal niet zeker of een  gynaecoloog het wél tijdig had opgemerkt. Via geregeld bloedonderzoek wellicht wel. zoals gezegd: dit werd in die tijd, in ons dorp beschouwd als geldverspilling of pure luxe.

 

Wat ik toen heb meegemaakt, valt moeilijk te beschrijven: middendoor breken van verdriet was niet langer een uitdrukking maar heel zichtbare werkelijkheid. Ik zie de moeder van Marita in de gang van het moederhuis lopen zoals het grootmoedertje van de boer in de Biezenstraat:  haar ruggengraat geknakt in een hoek van 90 graden, speeksel vermengd met tranen droop over haar kin naar de tegels. Mijn linkerhand ligt op de kroezelkop van mijn wanhopige broer en  mijn vingers strelen zijn hoofdhuid zoals een vrouw dat zou doen.

Dat is het verwijfde aan deze macho: ik bezit de taal van de tederheid, waarschijnlijk geleerd zowel van mijn droeve moeder als van mijn brutale vader die beide beheerste: de oorlogstaal van  de kindermishandeling als het omzichtige van de vertedering.

 

Twee donkerblauwe boeken, het ene hangt een beetje los in de kaft. Een blues komt over mij, na dit typwerk ga ik ernaar luisteren. Fleetwood Mac of John Lee Hooker, dat zien we  straks wel.

Nu overvalt mij de twijfel: hier ophouden of nog even verder schrijven? Er bestaat geen schrijven op niveau of het is genadeloos. Zacht heelmeesters maken stinkende wonden, dit geldt ook voor de kunstenaar: het mes moet gaan tot op en tot in het merg van het bot.

Mijn eindexamen godsdienst bij onze doctor in de exegese werd een triomf:

‘Gij kent mijn cursus beter dan ikzelf. Ik zou u een 20 willen geven, maar omdat er geen inspecteur bij is, zal ik er een 18 moeten van maken, anders betrouwen ze het niet.’

Wie die ‘ze’ waren en waarom ze deze briljante geest niet zouden vertrouwen, interesseerde mij op dat moment geen fluit, misschien ging het om een fluit- en flutverhaal?

Ik had bewezen, zei de eerwaarde, dat ik de universiteit aankon. Mijn besluit stond vast: eerst 2 jaren  werken voor thuis, id est  om mijn vader terug te betalen, daarna Gent: ‘Gent here I come’. Met minder dan een onderscheiding zou ik niet tevreden zijn, gezien het feit dat ik 3 jaar ouder was dan mijn  gezellen; het werd ‘een  grote’ omdat ik nu eenmaal de eigenschappen heb die in de Germaanse sterk op prijs werden en worden gesteld: een soort olifantengeheugen en een verbale begaafdheid, ook mondeling als ik mij mentaal kan voorbereiden op het spreken. Daarmee bedoel ik dat de gesprekssituatie, in dit geval het mondeling examen, wordt gevisualiseerd. Het zogenaamde ‘blokken’ betekende voor mij dat ik luidop zat te praten op mijn kot en deed alsof er tegenover mij een prof  aan het luisteren was.

Dat doe ik nog steeds, zodat mijn partner  ofwel lacht ofwel  een vinger tegen haar slaap houdt: ik visualiseer nog altijd en zit vaak in mijn eentje luidop te discussiëren. Een buitenstaander vindt dit krankzinnig, maar dit is mijn opvatting van kunst: een gestuurd dagdromen. Wat de kunstenaar in wezen onderscheidt van de ‘gewone sterveling’ is naast zijn technische vakkennis, zijn bijzondere vermogen om  in contact te komen met zijn (of haar) onderbewuste. Meer dan wie ook kan een kunstenaar zijn eigen geest binnen en buiten wandelen, vergelijk het met een grottencomplex zoals Bora Bora in Afghanistan waar Osama bin Laden zich heeft schuil gehouden. Hoe langer de kunstenaar kan bezig blijven, hoe meer grotten hij in zichzelf leert te ontdekken. Daarom kan een te jong gestorven kunstenaar nooit het niveau halen van een oudere, ook niet als het gaat om wonderkinderen zoals Rimbaud, Keats of bij ons Jotie t’ Hooft: zij hebben niet de kans gekregen of zij hebben zichzelf de kans ontnomen om tot volle rijpheid uit te groeien.

Een beuk is pas een beuk als hij tien meter hoog staat, een eik moet midden een weide zijn schaduwen kunnen werpen over minstens 10 koeien. Een zilverberk is tijdens zijn eerste levensjaar nog niet zilver. De eerste 2 symfonieën van Beethoven  zijn prullen vergeleken bij de Derde, Vijfde, Zesde en Negende.

Niets komt uit het niets, stelde Aristoteles, en Ari kon aardig stoten, voegde Toon Hermans eraan toe. Een mens wordt niet geboren met een gevuld geheugen – wat Jung met zijn ‘collectieve geheugen’ daarover ook mag beweren. Het collectieve geheugen met zijn archetypes kan een aanleg zijn, een potentieel vermogen.: de inhoud kan enkel aangeleverd worden door het leven. Wie niet heeft geleefd, die kan niet schrijven. (de haan  20 jul. 08)

15:38 Gepost door staf de wilde in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

serendipiteit iets gezocht en meer gevonden : heel veel erkenning in je tekst bijvoorbeeld.

bedankt.

Gepost door: Eric | 28-11-08

De commentaren zijn gesloten.