17-03-15

onze genen beslissen

onze genen beslissen

 

Volgens de economieprof Gregory Clark bepalen onze genen onze kans op succes en onze plaats in de samenleving. Dat de genetica allesbepalend zou zijn, wordt al jaren beweerd door de neodarwinisten. Ik verwerp hun mensbeeld omdat het puur determinisme is .

Dat onze erfelijkheid in belangrijke mate meespeelt in wat we worden, staat buiten kijf maar ze is niet de sleutel tot alle raadsels. De persoonlijke inzet telt ook nog mee, de omgeving en allerlei opvoedingsfactoren.

Door familiegeschiedenissen  te bestuderen komt Clark tot de conclusie dat sociale mobiliteit onmogelijk is: arm geboren betekent arm sterven. Dit lijkt me klinkklare onzin. Onze buurt werd in hoofdzaak bewoond door fabrieksarbeiders, vooral in de textiel, dus breed hadden we het niet. Toch zijn de kinderen burgerlijk ingenieur geworden, regent of onderwijzer: ze zijn dus opgeklommen naar de burgerij die wel goed kan leven. Omdat ze van de natuur een bijzonder talent hebben meegekregen maar ook omdat ze hard gewerkt hebben om er te geraken. En daartoe werden ze thuis ook gestimuleerd.

Aanleg is één zaak: je hebt die of je hebt die niet, en het is niets om trots op te zijn want je hebt er geen persoonlijke verdienste aan. Maar daarnaast is er onder meer de belangstelling die naar mijn ervaring voor een belangrijk deel meebepaald wordt door imitatiegedrag. Concreet voorbeeld: mijn eigen vader speelde graag met woorden en maakte korte rijmpjes, ik was erdoor gefascineerd en ik ben er zeker van dat daar de basis ligt van mijn dichterschap. Ik kreeg gunstige voorwaarden om te studeren: een afzonderlijke, verwarmde ruimte. Dit is elementair. Virgina Woolf schreef dat een vrouw een eigen kamer moest krijgen om zich te emanciperen en dit geldt voor iedereen die hogerop wil. De infrastructuur of accommodatie thuis is belangrijker dan je zou denken.

In feite had ik over deze economist geen tekstje willen plegen, maar de politieke implicaties van zijn zogenaamde vaststellingen zijn erg verontrustend. Ze zouden impliceren dat elk maatschappelijk of politiek engagement om mensen  vooruit te helpen boter aan de galg zou zijn. Dit is ‘gefundenes Fressen’ voor rechtse partijen die alle hulpprogramma’s willen terugschroeven en het liefst afschaffen.

Tot slot merk ik op dat deze professor zelf afstamt van Ierse keuterboeren maar dat noemt hij dan de uitzondering die de regel bevestigt. Gevaarlijke onzin als je het mij vraagt.

de haan 17 ma 15

 

12:20 Gepost door staf de wilde | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

In deze tekst lees ik tussen de regels dat een ingenieur of een professor 'hoger' of 'belangrijker' zou zijn dan een keuterboer of een fabrieksarbeider. Ik denk dat we afmoeten van dat idee. Het gaat er niet zozeer om wat je doet, maar wel dat je het met voldoening doet en dat het aansluit bij je capaciteiten. Elke job is belangrijk en moet gedaan worden. Iedereen die daarvoor de capaciteiten heeft, zou uiteraard de kans moeten krijgen om verder te studeren, maar nog al te vaak wordt een universitair diploma als het 'summum' voorgesteld terwijl een beroepsopleiding ondergewaardeerd wordt. NOchtans zijn er veel 'stielmannen' die werk doen dat ze graag doen én bovendien vaak nog meer verdienen dan een universitair.

Gepost door: demos | 17-03-15

De commentaren zijn gesloten.