16-05-15

Burundi

Burundi als voorbeeld

 

Oproer in Bujumbura: de staatsgreep van een legergeneraal is blijkbaar mislukt vanwege de verdeeldheid binnen dit leger. De machtswellusteling van een president kan wellicht zijn gang gaan en zijn voeten vegen aan de grondwet. Het buitenland en België als gewezen koloniale macht en mandaathouder vrezen nu voor navolging in Rwanda en Congo want ook Kabila en Kagama vertonen niet de neiging om hun macht af te staan.

Op basis van getuigenissen ben ik de mening toegedaan dat Centraal-Afrika nog altijd vastzit aan zijn traditie van de chef: die mocht een parasiet en dictator zijn, hij kon zich nagenoeg alles permitteren. Slechts een minderheid van de bevolking vertoont een democratische reflex en die reflex wordt aan banden gelegd door perscensuur, door willekeurige arrestaties en desnoods foltering: in één woord door intimidatie.

Het probleem gaat me nauw aan het hart: mijn bekommernis om Centraal-Afrika is zeer vroeg ontstaan, namelijk toen we in de kleuterklas zilverpapiertjes spaarden voor de ‘arme negertjes’. Zo is een emotionele band gegroeid die ik niet kan loslaten. Later kwamen natuurlijk in onze katholieke scholen de paters aan het woord, vooral tijdens de zogenaamde retraites. Zeer dikwijls waren dit oprecht bewogen mensen die al verder keken dan het oorspronkelijke missioneren. Ik spreek nu over de ‘revolutionaire’ jaren 1960.

De vraag die ons vandaag moet bezig houden is: hoe maken we een einde aan deze chef-cultuur?

Ik geloof dat we de lokale regeringen moeten overslaan wanneer we geld geven of andere steun: laten we ons rechtstreeks richten op de georganiseerde bevolking en persoonlijke initiatieven. Voeg daar diplomatie aan toe: maak de chefs met de nodige omzichtigheid duidelijk dat hun tijdperk voorbij is.

Dit zal tijd vragen: de mentale omslag kan je niet met een vingerknip verwezenlijken. In elk geval mogen de chefs nooit meer door ons bewapend worden tenzij ze hun soldaten behoorlijk vergoeden, opleiden en aan gedragsregels onderwerpen. Want nu leeft bijvoorbeeld in de Kivu de vraag: wie beschermt ons tegen onze beschermers, de regeringssoldaten verkrachten net zo goed als de rebellen.

Ik hecht een groot belang aan een UNO-vredesmacht op voorwaarde dat die voldoende is uitgerust en over een werkbaar mandaat beschikt: tot vandaag mogen ze meestal niet meer doen dan registreren en lijken of slachtoffers tellen en aan de rebellen beleefd vragen of ze hun wapens willen inleveren.

Dit is een karikatuur van een interventie.

de haan 16 mei 2015

09:45 Gepost door staf de wilde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.