12-06-15

anciënniteit

over beschikbaarheid en anciënniteit

 

De huidige rechtse regering heeft de ‘passieve beschikbaarheid’ van bruggepensioneerden veranderd in ‘passende beschikbaarheid’. In de praktijk lijkt dit weinig te veranderen. Verwonderlijk is dit niet.

De werkgevers zijn niet happig om deze mensen aan te werven omdat ze te duur zijn vanwege hun anciënniteitsrechten. En de bruggepensioneerden vertonen meestal weinig ‘grinta’ (om een voetbalterm te gebruiken) om opnieuw aan de slag te gaan.

Over de loonsverhoging door anciënniteit verkeer ik in grote twijfel. Het is een rechtvaardig systeem omdat iedereen wel eens aan de beurt komt, behoudens de pechvogels die te jong sterven of gehandicapt geraken.

Anderzijds is het economisch gezien onrechtvaardig: ouderen presteren doorgaans (niet altijd) minder dan jongere krachten. Als men rekent volgens de prestatie dan lijkt het logisch om niet de ouderen maar juist de jongeren meer te betalen. Probleem: wie zal de prestatie objectief evalueren?

Bijkomende moeilijkheid: werkgevers doen er nog altijd veel te weinig aan om de arbeid voor ouderen ‘werkbaar’ te houden. Integendeel, allerlei systemen zoals loopbaanonderbreking staan nu zwaar onder druk.

Ik geloof dat we hier tot een grondige mentaliteitsverandering zullen moeten komen. Het ziet er naar uit dat de slogan ‘langer werken’ (omdat we langer leven) werkelijkheid zal worden – ik heb eerder al geschreven dat ik daar vierkant tegen ben, maar daarover zal ik het nu niet verder hebben. Wel herhaal ik wat zovelen al hebben gezegd – onder meer de pensioencommissie onder leiding van Frank Vandenbroucke - : dit langere werken maakt enkel een kans op slagen als het inderdaad gaat om aangepast werk. Anders voorzie ik een verschuiving naar het ziekenfonds en ernstige fysieke en psychische moeilijkheden voor de betrokken werknemers. En zoiets hoort thuis in een autoritaire staat en niet in een verzorgingsstaat waar ik een fervent voorstander van blijf.

Kortom, ik kan het aanvaarden dat er wat gewijzigd wordt aan de anciënniteitsrechten maar in langer dan 65 werken geloof ik niet: de arbeid staat in functie van de levenskwaliteit en niet omgekeerd.

de haan 12 jun. 15

09:16 Gepost door staf de wilde | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

"Kortom, ik kan het aanvaarden dat er wat gewijzigd wordt aan de anciënniteitsrechten maar in langer dan 65 werken geloof ik niet: de arbeid staat in functie van de levenskwaliteit en niet omgekeerd."

Het is niet omdat men langer dan 65 werkt, dat dat persé een nefaste impact heeft op de levenskwaliteit. Het omgekeerde kan bv. ook het geval zijn. Dat verschilt van persoon tot persoon. Daarom zouden mensen zo lang moeten mogen werken als ze willen.
Maar ik vind het momenteel ook niet nodig om de wettelijke pensioenleeftijd pas op 67 te leggen. Zelf ben ik voorstander dat men ofwel tot 65 jaar werkt ofwel 45 jaar loopbaan (iemand die op 18 begonnen is kan dan dus op 63 met pensioen) heeft alvorens men recht heeft op een volledig pensioen. Wie bv. 40 jaar gewerkt heeft, heeft dan recht op een bijna volledig pensioen.

wat ik verder wel jammer vind, is dat men allerlei uitzonderingen zal toestaan voor 'zware beroepen'. Eénmaal men daaraan begint, is het hek van de dam, want wat een 'zwaar beroep' is, is subjectief. Er zijn nu bv. al uitzonderingen onderhandeld voor de politie.
Dat iemand die 50+ is doorgaans niet meer zo geschikt is voor zwaar fysiek werk dan iemand van 20, lijkt me logisch. Maar die 50+'er kan toch aangepast werk doen? En inderdaad, er moeten ook voldoende mogelijkheden zijn om bij te scholen en de werkgevers moeten ook gestimuleerd worden om 50+'ers aan te werven. In die zin kan bv. de anciënniteitsregeling een belemmering vormen.

Gepost door: demos | 12-06-15

De commentaren zijn gesloten.