28-07-15

zwaar weer

zwaar weer

 

zwaar weer, zegt de zeiler

en hij blijft een schilder aan wal

de landrot wordt gegeseld

de wind verrolt zijn rijmen als een bal

 

zwaar weer, het klinkt hem in de oren

als zware jenever en zwaar bier

waarin gerechten smoren

tot ze zacht zijn als een klier

 

hij hoort bij de ontaarden

overjaars tot in zijn droom

vreemd aan zee en haar gevaarte

een kind gebleven van een stroom

 

hem behoren dorp en steden,

enkele bloemen in beemd en bos -

zelfs een zang kan hij benoemen

doch meest van al het zeuren in z’n leden

 

de zeeman spant zijn spieren

de landrot zijn gewrichten

tot hij mank loopt van de pijn

zoals aangeschoten dieren

 

en toch, er zijn, ginds zijn de verre lichten

op houten pier en stenen kade en in het schrijn

der verbeelding: de vrouw en haar genade

waar ze beide op papier voor zwichten

06:34 Gepost door staf de wilde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.