05-10-15

langer leven, langer werken???

(overgenomen van De Wereld Morgen)

 

“We leven langer dus moeten we wel langer werken”: is dat wel zo?

Politici, werkgevers, economen hebben de langer-moeten-werken-stelling zo vaak herhaald tot alle journalisten hun interview over de pensioenhervorming aanvatten met “we weten dat we met z’n allen langer moeten werken…”. Onder verstaan: iedereen is het daarover eens, daar hoeven we het niet meer over te hebben.
 
vrijdag 2 oktober 2015
 

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Welnu, wij willen het er wél over hebben. Op 23 juli, in volle vakantieperiode, heeft het parlement ingestemd met een verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar tegen 2030. Vanaf 2019 zal je pas met vervroegd pensioen kunnen gaan vanaf 63 jaar, als je 42 jaar hebt gewerkt. Drie op vier vrouwen en één op vier mannen die nu aan het werk zijn, geraken niet aan een loopbaan van 42 jaar. Vervroegd pensioen zal er voor hen niet meer in zitten. Ook de minimumleeftijd voor SWT wordt opgetrokken tot 62 jaar. En voor het overlevingspensioen tot 55 jaar tegen 2030 (nu nog 45 jaar).

Wat betekent democratie eigenlijk voor de meerderheidspartijen? Die maatregelen stonden in geen enkel verkiezingsprogramma, de sociale partners werden er niet in gekend, een maatschappelijk debat was niet aan de orde. De zoveelste zogenaamde TINA-beslissing, “there is no alternative”. Oh nee? Wij vinden van wel!

Worden we allemaal ouder?

“Om te beginnen leven we niet zo veel langer dan vroeger”, zegt Patrick Deboosere, demograaf verbonden aan de VU Brussel. Op 2 september presenteerde hij voor de vakbondssecretarissen van de LBC-NVK een zeer gesmaakte analyse van de vergrijzing en de betaalbaarheid ervan.

De algemene levensverwachting van bij de geboorte is wel flink gestegen, vooral omdat de kindersterfte sterk is verminderd. Maar de winst in levensverwachting op oudere leeftijd is niet zo spectaculair. Een man van 65 jaar had in 1841 een gemiddelde levensverwachting van 11 jaar. Nu is dat 17 jaar. En voor een man van 85 jaar bedroeg de levensverwachting toen 3,9 jaar. Nu 5,3 jaar. Over een tijdspanne van 175 jaar kan je dat bezwaarlijk een sterke stijging noemen. Het ouder worden is wel ‘gedemocratiseerd’. Meer mensen worden ouder doordat gezondheidszorg en sociale bescherming meer toegankelijk zijn, niet enkel voor de ‘happy few’. Dat is het resultaat van volgehouden sociale strijd. Iets wat wel eens wordt vergeten.

We worden gemiddeld ouder, maar achter dat gemiddelde schuilt heel wat ongelijkheid. Zo kan je in het riante Sint-Maartens-Latem hopen om ruim 84 jaar te worden terwijl je in het Waalse Dour blij mag zijn als je 76 jaar wordt. Factoren die een rol spelen zijn: voeding, woonomgeving, toegang tot gezondheidszorg, risicogedrag, zware beroepen, opleiding. Wat niet is gedemocratiseerd, is de gezonde levensverwachting. Wie een diploma hoger onderwijs heeft, leeft gemiddeld twintig jaar langer in goede gezondheid dan iemand zonder diploma. Gemiddeld genomen is alleen wie een hoger diploma heeft nog gezond op de leeftijd van 67 jaar. Waar zit dan de logica achter de mantra “We leven langer dus we moeten langer werken”?

Onbetaalbaar?

De waarschuwing over de onbetaalbaarheid van de pensioenen is niet nieuw, zo leerde ons Patrick Deboosere. In 1936 al voorspelde de vermaarde demograaf Alfred Sauvy zware economische uitdagingen omdat de mensen ouder werden. Zijn waarschuwing werd geen realiteit. De mensen werden ouder, ze gingen minder uren werken en toch stegen de pensioenbedragen. Sauvy had iets belangrijks over het hoofd gezien, met name de voortdurende stijging van de productiviteit. Met minder arbeid werd meer welvaart geproduceerd en de vakbonden streden voor een eerlijke verdeling van die productiviteitswinst. Daaraan hebben we het te danken dat we heel wat minder werken, zowel in uren als in loopbaanjaren. En toch hebben we hogere pensioenen dan in 1936, toen Sauvy zich grote zorgen maakte. Waarom zou productiviteitswinst nu ineens niet meer kunnen worden omgezet in verkorting van de arbeidstijd? Er is geen andere verklaring dan dat het beleid van deze regering ten dienste staat van de Winst.

Of de pensioenen betaalbaar zijn hangt af van een eerlijke verdeling van de geproduceerde welvaart en niet van onze bereidheid om te werken tot we erbij neervallen. Oudere werknemers langer aan het werk houden zal trouwens de productiviteit eerder doen zakken. Onderzoek van Securex toont aan dat het aantal werknemers dat langer dan één jaar ziek is, verdubbelde tussen 2001 en 2013. Toeval of niet, in dezelfde tijdspanne verdubbelde ook het aantal 50-plussers dat nog aan het werk is. De kans is dus reëel dat een deel van de huidige uitgaven voor werkloosheid (SWT) en pensioen verschuiven naar gezondheidszorg. Wat hebben we dan gewonnen?

De vergrijzing brengt meer kosten mee, dat kunnen we niet ontkennen. De Studiecommissie voor de Vergrijzing berekende dat de totale uitgaven voor de sociale zekerheid tegen 2060 30,6 procent van het BBP zullen bedragen, tegenover 26,4 procent in 2013. Dat betekent een meeruitgave van 380 miljoen euro per jaar. Onoverkomelijk is dat niet. In de periode van economische crisis, van 2007 tot 2012, steeg het aandeel van de sociale uitgaven in het BBP met vijf procent. Hoe kan je dan volhouden dat een stijging met vier procent over een periode van veertig jaar geen haalbare kaart is? De sociale uitgaven aan banden leggen is geen economische noodzaak maar een politieke keuze, verpakt in een mythe van onbetaalbaarheid.

Concurrentie op arbeidsmarkt

Als iedereen twee jaar langer werkt, zullen ruim 300.000 banen bezet blijven die anders zouden vrijkomen voor jongeren. Eén op vier jongeren onder de 25 jaar is op zoek naar werk. Pech voor hen. Zo mag je dat niet bekijken, vindt onze minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine. Hij beweert dat in landen die al eerder de pensioenleeftijd verhoogden de jeugdwerkloosheid is gedaald. De minister heeft zijn huiswerk niet erg zorgvuldig gemaakt.

Kim De Witte, docent leergang pensioenrecht aan de KU Leuven, onderzocht het effect op de jeugdwerkloosheid in landen die hun pensioenleeftijd hadden opgetrokken. Enkele voorbeelden. In Denemarken steeg de jeugdwerkloosheid van 6 procent in 2000 naar 12 procent in 2010. Frankrijk trok in 2011 de pensioenleeftijd op van 60 naar 62 jaar en verlengde de loopbaanduur van 37,5 jaar tot 40 jaar. Gevolg: de jeugdwerkloosheid steeg van 18 procent in 2008 naar 24 procent in 2014. Eenzelfde tendens tekent zich af in Zweden en Ierland. Ook het Federaal Planbureau gaat ervan uit dat een hogere leeftijd voor pensioen en vervroegd pensioen zal leiden tot hogere werkloosheid. Wie beloofde ook weer ‘jobs, jobs, jobs’?

Verplicht langer werken betekent voor onze regering ook langer en strenger activeren van oudere werkzoekenden. Alsof feller activeren meer werkbare jobs voor oudere werknemers oplevert. Combineer dat met een politiek om zieken sneller weer op de arbeidsmarkt te duwen. En zet jonge werkzoekenden zonder diploma op droog zaad door het recht op een inschakelingsuitkering te beperken. En je krijgt een overschot aan werkkrachten, het perfecte recept voor een grotere concurrentie op de arbeidsmarkt. Dat is de natte droom van menig werkgever. Een situatie met veel kandidaten voor één vacature verzwakt de onderhandelingspositie van de sollicitant en van de vakbonden en het houdt de lonen laag. Naast besparen op sociale uitgaven, is dat het tweede punt van de verborgen agenda achter het dogma van langer werken.

Het kan anders!

Deze pestpolitiek van verarming en verlies van rechten moet stoppen. Het kan anders! Enkele ideeën voor een ander beleid? Door het belastingvriendelijke systeem van de notionele intrestaftrek voor de grote bedrijven loopt de staat jaarlijks heel wat miljarden euro’s mis. Een doordachte hervorming van dat systeem zou al snel twee miljard euro kunnen opleveren. Het financieren van bedrijfswagens bedraagt één procent van de waarde van alle goederen en diensten die jaarlijks in ons land worden geproduceerd. De ‘tax shift’ geeft twee miljard euro extra cadeau aan de bedrijven bovenop de 12 miljard die ze al elk jaar krijgen. En we moeten met z’n allen zes miljard euro ophoesten voor nieuwe gevechtsvliegtuigen. Is dat geen maatschappelijk debat waard?

Het is de hoogste tijd voor een grondig debat over een eerlijke verdeling van de geproduceerde welvaart én over de herverdeling van tijd. Heel wat mensen werken zich te pletter, tot op de grens van een burn-out of erover. Hartritmestoornissen, slapeloosheid, neerslachtigheid, prikkelbaarheid, chronische vermoeidheid en complete burn-out, dat zijn geen individuele medische problemen. Ze hebben alles te maken met de verhoogde werkdruk en de nooit verzadigde drang naar productiviteitsstijging en hoger rendement.

De regering doet daar nog een schep bovenop. De e-commerce moet 24 uur op 24 draaien. Werknemers laten overwerken wordt voor de bedrijven goedkoper. De landingsbanen voor 55-plussers worden teruggeschroefd. ‘Niet-gemotiveerd’ tijdkrediet telt niet langer mee voor de pensioenopbouw en geeft geen recht meer op een uitkering. Hier zijn het vooral vrouwen die het gelag betalen. En zieken worden al na twee maand opgejaagd met een terug-aan-het-werk-plan. Wie daar te weinig aan meewerkt krijgt als straf tien procent minder ziekte-uitkering. De slachtoffers van te hoge werkdruk worden gestraft en de bedrijven die dat onmenselijk werkritme opleggen worden beloond met gemeenschapsgeld. De wereld op zijn kop.

Het congres van de LBC-NVK (maart) heeft beslist om het debat te heropenen over de wenselijkheid en de haalbaarheid van onze oude eis van de 32-urige werkweek. We zullen ons daarbij ook laten inspireren door denkwerk van andere organisaties, zoals het project van de 30-urenweek van Femma, en door praktijkervaringen in andere landen, zoals experimenten met de 30-urenweek in Zweden.

Veel jonge gezinnen overleven de ‘rat race’ alleen dankzij de ondersteuning van de grootouders. In ons land is er slechts kinderopvang voor 35 procent van de kinderen onder de drie jaar. Is de regering bereid te investeren in het dubbele aantal plaatsen als de grootouders tot 67 jaar moeten werken? Of draaien we de klok terug en moeten jonge vrouwen weer massaal hun loopbaan ‘on hold’ zetten? Jonggepensioneerden nemen nu een groot deel van de mantelzorg op zich, ze vangen de kleinkinderen op en laten sportclubs en het verenigingsleven floreren. De regering vergeet dat het ook een prijskaartje heeft als je die taken laat overnemen door professionele krachten. Ofwel gebeurt dat niet en dan stevenen we af op een ernstige verschraling van het sociale leven. Onze samenleving is meer waard!

Marijke Persoone

Adjunct-algemeen secretaris van de vakbond LBC-NVK (onderdeel van het ACV)

19:08 Gepost door staf de wilde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.